Zo ziet een Slaapstrippie eruit: acht plaatjes met een verhaal van ongeveer vijf minuten. Je kunt het op je telefoon lezen of printen op A4 (twee vellen).
Er was eens een klein meisje dat Besje heette. Ze had blonde krullen die op en neer dansten als ze lachte. Vanavond ging Besje met mama, papa en oma wandelen in het sprookjesbos. Beertje zat stevig in haar armpjes. "Hoi, hoi," zwaaide Besje naar de grote bomen. De bomen ritselden zachtjes terug. Shhh, shhh, shhh. Het bos was warm en zacht, en Besje giechelde: hihihi.Tussen de bomen zag Besje kleine lichtjes zweven. Ze wees met haar vingertje: "Da! Da!" Mama tilde haar een beetje op. Papa liep voorop met een zachte lantaarn, en oma wandelde achter haar aan. Beertje keek ook mee met zijn zwarte kraaloogjes. Plotseling ritselde er iets in het gras. Wie zou dat zijn? Besje hield haar adem in, en toen kwam er een vriendelijk snuitje tevoorschijn.Het was Coach Egel! Hij droeg een klein fluitje om zijn nek en een zacht, blauw trainingsjasje. "Goedenavond, Besje," zei Coach Egel zacht. "Wil je een stukje met mij oefenen?" Besje klapte in haar handjes. Samen deden ze een wiebeldansje: wiebel, wiebel, wiebel. Haar krullen sprongen mee. Oma lachte, papa lachte, en Besje giechelde zo hard dat Beertje er bijna van omviel. Hihihi!Daarna hoorden ze een zacht geluid: plons, plons, plons. Besje draaide haar hoofdje. Water! Ze was dol op water. Aan het eind van het pad lag een klein, glinsterend vijvertje, en op een groot blad zat Kikker. "Kwak, goedenavond," zei Kikker vrolijk. Besje strekte haar armpjes uit. "Wa-wa! Wa-wa!" riep ze blij. Mama glimlachte en liep met haar naar de rand.
Mama hield Besje stevig vast, en Besje mocht haar tenen in het water steken. Pet, pet, pet! Het water was lekker lauw. Kleine druppeltjes spetterden omhoog als sterretjes. Kikker sprong van blad naar blad: hup, hup, hup. Elke keer dat hij landde, ging er een rimpeltje door het water. Besje lachte en lachte. Zelfs Beertje kreeg een klein druppeltje op zijn neus. Hihihi!Oma haalde een zacht handdoekje uit haar tas en veegde Besjes natte voetjes droog. Papa wikkelde Besje in een warm dekentje. "Zullen we nog één lied zingen?" vroeg Coach Egel. Kikker kwaakte zachtjes mee, Egel neuriede, en mama en papa en oma zongen met hen mee. Lalala, lalala. Besje legde haar hoofdje tegen mama's schouder. Haar oogjes werden al een beetje zwaar.Langzaam liepen ze terug door het sprookjesbos. De lichtjes zweefden zachtjes mee, als kleine vriendelijke vuurvliegjes. Coach Egel zwaaide, en Kikker zwaaide ook. "Tot morgen, Besje," fluisterden ze. Besje zwaaide met haar handje, heel langzaam: dag, dag. Papa droeg de lantaarn, oma droeg de tas, en mama droeg Besje. Het bos werd stil. Alleen de bomen ritselden nog een beetje. Shhh, shhh.Thuis lag Besje in haar bedje, schoon en warm. Mama gaf haar een kus op haar krullen, papa gaf haar een kus op haar neusje, en oma streelde zachtjes over haar wangetje. Beertje lag dicht tegen haar aan. Buiten zong het bos nog een zacht liedje. Besjes oogjes gingen langzaam dicht. Dicht, dicht, dicht. En in haar dromen wiebelde ze nog even met de vrienden. Slaap lekker, kleine Besje.
Welterusten, lieve Besje. Slaap zacht, droom van water en van vriendjes in het sprookjesbos.
Dezelfde gezichten, elke avond
Voor elk gezin maken we één keer een karakterblad: hoe het kind, de familieleden, de knuffel en de vaste vriendjes eruitzien. Zo blijven ze in elk verhaal herkenbaar.